★ 4,6 · 63 reviews· Onafhankelijk financieel advies in 't Gooi[email protected]·035-203 19 66·WhatsApp
Zakelijk & vastgoed

Onderverzekering: waarom je bij schade maar een deel vergoed krijgt

Onderverzekering betekent dat het verzekerde bedrag lager staat dan de werkelijke waarde. De verzekeraar keert dan naar verhouding uit, ook bij een kleine schade. Het speelt niet alleen bij je pand, maar net zo hard bij inventaris, voorraad, inboedel en bedrijfsschade. Wij rekenen het voor uit de polisvoorwaarden zelf.

Kort: onderverzekering is het verschil tussen wat er op de polis staat en wat iets werkelijk waard is. Verzekeraars lossen dat op met de evenredigheidsregel: de vergoeding wordt vermenigvuldigd met de verhouding tussen verzekerde som en werkelijke waarde. Staat je inventaris voor € 250.000 op de polis terwijl de nieuwwaarde € 500.000 is, dan krijg je van een schade van € 5.000 nog € 2.500. Dat rekenvoorbeeld staat letterlijk in de voorwaarden. Een garantie tegen onderverzekering haalt die regel weg, maar hangt aan voorwaarden die stilletjes kunnen vervallen. Voor het pand zelf en de herbouwwaarde staat de uitleg op gebouwenverzekering.

Onderverzekering is de duurste fout die er niet uitziet als een fout. De polis loopt, de premie wordt betaald, er is nooit iets misgegaan. Pas bij de eerste schade blijkt dat de vergoeding gehalveerd is, en dan is er niets meer aan te doen. Hieronder staat hoe de rekensom werkt, waar het per verzekering misgaat, en welke maatregelen wel en niet helpen.

Wat is onderverzekering?

Onderverzekering betekent dat de verzekerde som lager is dan de werkelijke waarde van wat verzekerd is op het moment van de schade. De verzekeraar vergoedt dan niet het volledige schadebedrag, maar een deel ervan, in dezelfde verhouding als waarin je te laag stond verzekerd. Dat geldt bij elke schade, groot of klein.

Het woord suggereert dat je iets bent vergeten te verzekeren. Meestal is dat niet zo. De polis dekt precies wat hij moet dekken, alleen staat er een bedrag op dat ooit klopte. Voorraad is gegroeid, er zijn machines bij gekomen, een pand is verbouwd, bouwkosten zijn gestegen of de omzet is verdubbeld. Het bedrag blijft staan, de werkelijkheid loopt eronder weg.

Daarom is onderverzekering geen dekkingskwestie maar een waarderingskwestie. De discussie gaat niet over de vraag of de gebeurtenis verzekerd was, maar over de vraag hoeveel er dan wordt uitgekeerd. Dat maakt hem ook lastig te herkennen: op een polisblad is niets te zien.

Waarom keert de verzekeraar naar verhouding uit?

Omdat de premie is berekend over het bedrag dat jij hebt opgegeven. Betaal je premie over de helft van de werkelijke waarde, dan vergoedt de verzekeraar ook de helft van de schade. Dat heet de evenredigheidsregel, en verzekeraars schrijven hem letterlijk in de voorwaarden op, met rekenvoorbeeld erbij.

In de polisvoorwaarden Inventaris van Nationale-Nederlanden (INV100.2111, versie 1 november 2021) staat het in artikel 1.8 zo: "Als de verzekerde som lager is dan de waarde van uw inventaris op het moment dat we een schade vaststellen, ontvangt u een lagere vergoeding voor deze schade. We berekenen de vergoeding dan op basis van de verhouding tussen de verzekerde som en de waarde van uw inventaris onmiddellijk voor de gebeurtenis." Het voorbeeld eronder: een inventaris verzekerd voor € 250.000 naar nieuwwaarde terwijl de werkelijke nieuwwaarde € 500.000 is, geeft bij een schade van € 5.000 een vergoeding van € 2.500.

Let op wat daar staat: de schade in het voorbeeld is € 5.000, geen totale verwoesting. Dit is de kern van het probleem. Mensen denken dat onderverzekering pas meespeelt als het pand plat gaat, maar de breuk wordt op elke schade toegepast. Een uitgebrande schakelkast, een lekgeslagen dak of een gestolen machinepark: overal gaat dezelfde helft af.

Dezelfde formulering keert terug in andere dekkingen van dezelfde verzekeraar. Bij Huurdersbelang (HUU300.2111, artikel 1.7) staat hetzelfde rekenvoorbeeld met herbouwwaarde in plaats van nieuwwaarde. Bij de Computer- en elektronicaverzekering (PB 2900-02, artikel 2.4.1) staat het in juridischer taal: vergoeding vindt plaats in de verhouding van de verzekerde som tot de waarde onmiddellijk vóór de gebeurtenis. Het is geen truc van één maatschappij, het is hoe schadeverzekeren werkt.

Waar gaat het bij inventaris en voorraad mis?

Bij inventaris ligt de valkuil in de waarderingsgrondslag. De polis rekent met nieuwwaarde, dus met wat het kost om alles vandaag opnieuw aan te schaffen. Ondernemers noemen bij het afsluiten vaak de boekwaarde of een afgeschreven bedrag uit de administratie. Dat scheelt al bij de start een factor, en die factor groeit mee.

Voorraad is nog beweeglijker. Een goederenverzekering kent hetzelfde onderverzekeringsartikel als de inventarisdekking, maar de werkelijke waarde van je magazijn verschilt per seizoen. Wie een verzekerde som kiest op basis van een rustige maand, staat in de piek onderverzekerd. En juist in de piek staat er het meest in de hal.

Drie momenten om je bedrag te herzien: als je machines of installaties bijkoopt, als je een tweede locatie in gebruik neemt, en als je assortiment of voorraadniveau structureel verandert. Alle drie zijn ze zichtbaar in je eigen administratie, dus dit is te ondervangen zonder taxateur. De uitleg per dekking staat op inventarisverzekering.

Eén geruststelling uit de voorwaarden. In artikel 1.5.1 van diezelfde inventarisdekking staat dat er voor de kosten van het vaststellen van de schade geen onderverzekering wordt toegepast. De expertisekosten worden dus niet meegekort. Op de schade zelf verandert dat niets.

Hoe werkt onderverzekering bij een bedrijfsschadeverzekering?

Daar is de verzekerde som geen waarde maar een jaarcijfer: de brutowinst. Ligt de opgegeven brutowinst lager dan wat je bedrijf werkelijk maakte, dan wordt de uitkering in diezelfde verhouding verminderd. Voor bedrijven die hard groeien is dit de meest voorkomende vorm van onderverzekering, en de minst opgemerkte.

De voorwaarden Bedrijfsschade van Nationale-Nederlanden (BRS.001.02, versie 1 mei 2023) zeggen het in artikel 2.4 zonder omweg: "Indien de laatste opgave van het brutowinstbedrag lager is dan de gerealiseerde brutowinst, is er sprake van onderverzekering. In dat geval vindt vergoeding van de vastgestelde schade plaats in de verhouding van de verzekerde som tot de brutowinst onmiddellijk vóór het moment waarop de bedrijfsschade ontstaat, en tot de toepasselijke maxima." Die laatste zinsnede is geen bijzaak: naast de evenredigheidsregel blijven ook de maxima uit de polis staan. In de dekking Exploitatiekosten (EXP300.0718, artikel 1.8) staat dezelfde regel met exploitatiekosten als maatstaf.

Het venijn zit in het woord opgave. Bij deze verzekering is de jaarlijkse opgave geen administratieve rompslomp maar de basis van je dekking. Sla je hem een jaar over terwijl de omzet met een derde stijgt, dan is de dekking met een derde gedaald zonder dat er iets aan je polis is veranderd.

Los daarvan staat de uitkeringstermijn. Die bepaalt hoe lang de verzekeraar je gemiste brutowinst vergoedt, en die keuze staat helemaal buiten de verzekerde som. Een termijn die te kort is voor de hersteltijd van jouw pand geeft precies hetzelfde gevoel als onderverzekering, alleen met een andere oorzaak. Beide punten lopen we na op bedrijfsschadeverzekering.

Wat is een garantie tegen onderverzekering en wanneer vervalt die?

Een garantie tegen onderverzekering haalt de evenredigheidsregel weg. De voorwaarden Bedrijfsschade van Nationale-Nederlanden formuleren het zo: "Voor deze Dekking geldt garantie tegen onderverzekering. Door deze garantie is de Dekking niet gemaximeerd tot de verzekerde som." Dat is een stevige toezegging. Hij hangt alleen aan voorwaarden, en die worden zelden opnieuw gelezen.

Bij bedrijfsschade zijn die voorwaarden concreet: de laatste opgave van het brutowinstbedrag moet niet lager zijn geweest dan de gerealiseerde brutowinst over het voorafgaande boekjaar, en die opgave moet betrekking hebben gehad op een volledig boekjaar. Is daar niet aan voldaan, dan geldt de dekking per gebeurtenis tot maximaal de verzekerde som en herleeft het onderverzekeringsartikel. Voor de dekking Exploitatiekosten staat exact dezelfde constructie in artikel 1.2.3.

Bij een gebouwenpolis kan de voorwaarde ergens anders zitten. In de zakelijke Gebouwenverzekering van Nationale-Nederlanden, een polismantel die zelf geen versiedatum in de titel draagt, staat in artikel 2.1 bij de omvang van de dekking: "Deze Dekking geldt alleen indien het gebouw geheel in gebruik is bij verzekeringnemer voor het beroep, het bedrijf of de activiteiten, zoals in de polis omschreven", en pas daarna volgt de zin over de garantie tegen onderverzekering. Ga je een deel van het pand verhuren of komt het leeg te staan, dan raak je dus niet alleen een clausule kwijt maar mogelijk de hele grondslag. Verhuur je structureel, kijk dan bij verzekeringen voor verhuurd onroerend goed.

De les is steeds dezelfde. Een garantie is geen eigenschap van de polis maar een afspraak met voorwaarden. Vraag bij elke polis waar zo'n garantie op staat: waaraan hangt hij, en wat gebeurt er als dat verandert. Bij een pand hangt hij meestal aan een ingevulde herbouwwaardemeter, en hoe dat werkt staat op gebouwenverzekering.

Helpt indexering tegen onderverzekering?

Deels. Een indexclausule past het verzekerde bedrag jaarlijks aan de bouwkostenontwikkeling aan, zodat prijsstijging je niet stilletjes onderverzekerd maakt. Wat indexering niet doet, is corrigeren voor een pand of een bedrijf dat groter of anders is geworden dan wat je ooit hebt opgegeven. Prijs en omvang zijn twee verschillende dingen.

Hoe zo'n clausule werkt, staat in artikel 6 van de Perfect Gebouwenverzekering (polismantel P.G.3) en van de Perfect-Extra Gebouwenverzekering (polismantel E.G.3), beide van Nationale-Nederlanden: jaarlijks worden per premievervaldag de verzekerde sommen en in evenredigheid daarmee de premie verhoogd of verlaagd volgens het laatste door het Centraal Bureau voor de Statistiek berekende indexcijfer voor bouwkosten. Daarbij staat dat de expert bij schade ook een raming geeft van het percentage waarmee de bouwkosten eventueel zijn gestegen sinds de datum van de laatste verzekerde som, en dat die verhoging maximaal 25 procent bedraagt.

Let daarbij op twee dingen. Deze twee polismantels dragen zelf geen versiedatum in de titel, dus kijk op je polisblad welke mantel op jou van toepassing is. En in de nieuwere gebouwenvoorwaarden van dezelfde verzekeraar (GEB100.2111, artikel 1.5) staat dezelfde clausule, maar dan met het indexcijfer voor bouwkosten van een onafhankelijk bureau in plaats van dat van het CBS.

Dat tweede stuk is de nuance die vaak wordt gemist. De index werkt met terugwerkende kracht mee bij de schaderegeling, maar altijd vanaf het laatst opgegeven bedrag. Was dat bedrag al te laag, dan indexeert de verzekeraar netjes een te laag getal omhoog en blijf je onderverzekerd. Index repareert inflatie, geen verkeerde uitgangswaarde.

Speelt onderverzekering ook privé, bij de inboedel?

Ja, met dezelfde systematiek. De polisvoorwaarden Inboedel Basis van Nationale-Nederlanden (PP 2300-10) kennen een eigen artikel Onderverzekering en daarnaast een artikel Indexering. Staat je inboedel te laag verzekerd, dan geldt ook hier dat de vergoeding naar verhouding wordt berekend, en ook hier bij elke schade en niet alleen bij een grote.

Er zit bij een inboedelpolis een extra klem in. In de All-in-variant (PP 2400-10, artikel 2.1) staat dat huurdersbelang of eigenaarsbelang is meeverzekerd, maar met de toevoeging: "Dit valt onder de verzekerde som." Alles wat je nagelvast in de woning hebt laten aanbrengen, een keuken, een badkamer, een vloer, deelt dus hetzelfde bedrag met je spullen. Wie na een verbouwing zijn inboedelbedrag niet verhoogt, is onderverzekerd op twee posten tegelijk.

Woon je in een appartement, dan komt daar de vraag bij wie wat draagt. Wat via de Vereniging van Eigenaars is verzekerd of voor rekening van de VvE komt, is op de inboedelpolis juist uitgesloten. Hoe die grens loopt en wat er bij verhuur verandert, staat op VvE-verzekering.

Wanneer gaat het het hardst mis?

Op vier momenten. Na een verbouwing of uitbreiding die niet is doorgegeven. Na een jaar van sterke groei zonder nieuwe opgave. Bij een verandering in het gebruik van het pand, zoals verhuur of leegstand. En bij een polis waarvan het verzekerde bedrag ooit is overgenomen uit een koopsom, een boekwaarde of een WOZ-beschikking.

Het vervelendste scenario is de stapeling. Eén schade raakt zelden één polis: bij een brand lopen de opstal, de inventaris, het huurdersbelang en de bedrijfsschade tegelijk mee. Staat elk van die vier op een verouderd bedrag, dan wordt op elk van die vier dezelfde breuk toegepast. Zo wordt een vergoeding die op papier ruim leek, in de praktijk een fractie van de werkelijke schade.

Daar komt bij dat een schade zelden op een rustig moment valt. Je moet dan tegelijk herstellen, klanten te woord staan, personeel doorbetalen en discussiëren over een waardering die jaren geleden is vastgezet. Dat is precies het moment waarop je het niet meer kunt repareren.

Hoe voorkom je onderverzekering?

Met vier vaste handelingen. Laat de waarde vaststellen in plaats van hem te schatten, met een taxatie of een ingevulde waardemeter. Zet de indexering aan. Doe de jaarlijkse opgave waar de polis om vraagt. En meld elke wijziging in gebruik, omvang of inrichting op het moment dat hij plaatsvindt, niet bij de eerstvolgende prolongatie.

Een taxatie doet meer dan een getal opleveren. Bij een aantal verzekeringen neemt de verzekeraar het onderverzekeringsrisico voor een afgesproken periode over zodra de waarde volgens hun eigen methode is vastgesteld. Dat is de garantie uit de vorige sectie, en die is bijna altijd de moeite waard, ook al kost het vooraf een uur werk.

Doe het bovendien in één ronde over alle polissen tegelijk. Wie alleen zijn opstalbedrag herziet en zijn inventaris, huurdersbelang en brutowinst laat staan, verplaatst het probleem in plaats van het op te lossen. Zet daarom één moment per jaar vast waarop alle verzekerde bedragen naast elkaar liggen, bij voorkeur vlak na het opmaken van de jaarcijfers, want dan heb je de getallen toch al bij de hand.

Hoe wij het nakijken

Wij zijn een onafhankelijk kantoor in Naarden en verkopen zelf geen polis. Bij een controle op onderverzekering leggen we alle verzekerde bedragen naast elkaar en toetsen we ze aan wat jouw bedrijf vandaag is: het pand, de inventaris en voorraad, het huurdersbelang en de brutowinst. Daarna kijken we welke polis een garantie tegen onderverzekering voert en waaraan die vastzit.

Vaste punten die we nalopen: staat de grondslag op nieuwwaarde of op herbouwwaarde, loopt er een index mee, is de laatste opgave over een volledig boekjaar gedaan, en is er sinds de laatste wijziging iets veranderd aan gebruik, oppervlakte of installaties. Wat we vinden, krijg je terug als een lijst met bedragen en niet als een advies om alles over te sluiten. Het eerste gesprek is gratis en vrijblijvend.

Veelgestelde vragen

Wat betekent onderverzekering precies? +

Dat de verzekerde som lager is dan de werkelijke waarde van wat verzekerd is op het moment van de schade. De verzekeraar vergoedt dan een deel van de schade, in dezelfde verhouding als waarin je te laag stond verzekerd. Het gaat dus niet over de vraag of de gebeurtenis gedekt is, maar over hoeveel er wordt uitgekeerd.

Hoe rekent een verzekeraar bij onderverzekering? +

Met de evenredigheidsregel: verzekerde som gedeeld door werkelijke waarde, maal het schadebedrag. Het rekenvoorbeeld uit de inventarisvoorwaarden van Nationale-Nederlanden: verzekerd voor € 250.000 terwijl de nieuwwaarde € 500.000 is, geeft bij een schade van € 5.000 een vergoeding van € 2.500. Dezelfde breuk geldt bij elke schade.

Speelt onderverzekering alleen bij totale schade? +

Nee, en dat is het meest gemaakte misverstand. De verhouding wordt op elke uitkering toegepast, ook bij kleine schades. Het rekenvoorbeeld in de polisvoorwaarden gaat zelf over een schade van € 5.000. Je merkt onderverzekering dus lang voordat er iets afbrandt.

Wat is een garantie tegen onderverzekering? +

Een afspraak waarmee de evenredigheidsregel niet wordt toegepast. In de bedrijfsschadevoorwaarden staat het zo: door deze garantie is de dekking niet gemaximeerd tot de verzekerde som. Er hangen wel voorwaarden aan, bijvoorbeeld dat de laatste opgave over een volledig boekjaar ging en niet lager was dan de gerealiseerde brutowinst.

Wanneer vervalt zo'n garantie? +

Zodra de onderliggende voorwaarde niet meer klopt. Bij bedrijfsschade is dat een opgave die te laag of niet over een volledig boekjaar is gedaan. Bij een gebouwenpolis kan de dekking bijvoorbeeld gebonden zijn aan de eis dat het pand geheel bij de verzekeringnemer in gebruik is, waardoor verhuur of leegstand roet in het eten gooit.

Hoe werkt onderverzekering bij een bedrijfsschadeverzekering? +

Daar is de verzekerde som de opgegeven brutowinst. Is die lager dan de gerealiseerde brutowinst, dan wordt de uitkering in dezelfde verhouding verminderd. De voorwaarden noemen dat letterlijk onderverzekering. Bij snelle groei ontstaat dit ongemerkt, want er verandert niets aan de polis terwijl je omzet stijgt.

Beschermt indexering me tegen onderverzekering? +

Alleen tegen prijsstijging. De index past het verzekerde bedrag jaarlijks aan volgens een indexcijfer voor bouwkosten (in de oudere polismantels dat van het CBS, in de nieuwere dat van een onafhankelijk bureau), en bij schade raamt de expert de stijging sinds de laatste opgave, tot maximaal 25 procent. Maar de index rekent verder vanaf het bedrag dat je hebt opgegeven. Was dat al te laag, dan blijf je onderverzekerd.

Geldt onderverzekering ook voor mijn inboedel thuis? +

Ja. De inboedelvoorwaarden kennen een eigen artikel Onderverzekering en een artikel Indexering. Extra aandachtspunt: huurdersbelang en eigenaarsbelang vallen onder dezelfde verzekerde som als je spullen. Na een verbouwing of een nieuwe keuken moet dat bedrag dus mee omhoog, anders sta je op twee posten tegelijk te laag.

Worden de expertisekosten ook gekort? +

Niet bij elke polis. In de inventarisvoorwaarden van Nationale-Nederlanden (INV100.2111) staat bij de kosten voor het vaststellen van de schade dat daarvoor geen onderverzekering wordt toegepast. Op de schade zelf verandert dat niets, en bij andere verzekeraars kan het anders geregeld zijn.

Mag ik de WOZ-waarde of de boekwaarde gebruiken? +

Nee, dat zijn de twee klassieke oorzaken van onderverzekering. Een pand verzeker je op herbouwwaarde en niet op WOZ of koopsom. Inventaris verzeker je meestal op nieuwwaarde en niet op de afgeschreven boekwaarde uit je administratie. Beide bedragen staan wel in je papieren, en juist daarom worden ze overgenomen.

Hoe vaak moet ik mijn verzekerde bedragen herzien? +

Minimaal jaarlijks, en verder bij elke wijziging. Een verbouwing, een uitbreiding, extra machines, een tweede locatie, een verandering in gebruik of een sprong in omzet zijn allemaal aanleidingen. Koppel de jaarlijkse ronde aan het opmaken van je jaarcijfers, dan liggen de getallen die je nodig hebt er toch al.

Wat als ik te hoog verzekerd ben? +

Dan betaal je te veel premie zonder er iets voor terug te krijgen. Een schadeverzekering vergoedt de geleden schade, dus een verzekerde som boven de werkelijke waarde levert geen hogere uitkering op. Bij het nalopen van de bedragen komen we dit regelmatig tegen, en dan gaat het bedrag omlaag.

Het pand zelf en de herbouwwaarde staan uitgewerkt op gebouwenverzekering, de spullen in het pand op inventarisverzekering, de omzet die stilvalt op bedrijfsschadeverzekering en de aanpassingen in een gehuurd pand op huurdersbelangverzekering. Verhuur je vastgoed, kijk dan bij verzekeringen voor verhuurd onroerend goed en bij VvE-verzekering. Zit het vastgoed in een bv, dan denken we breder mee vanuit financieel advies voor DGA's met vastgoed.

Staan jouw verzekerde bedragen nog op de goede hoogte?

Stuur ons je polisbladen. Wij leggen de bedragen naast wat je bedrijf vandaag is en laten zien waar de evenredigheidsregel je zou raken.